Berichten

Op dinsdag 30 juni heeft Omroep Gelderland opnames gemaakt in de Betuwe voor de Fruitalert-app en het streekmerk Betuws Best.

Ze startten hun dag met een heerlijk ontbijt bij B&B de Neust op Landgoed Mariënwaerdt. Vervolgens stapten ze op de fiets en reden via de bekende Appeldijk naar Fruitbedrijf De Hoenderik in Tricht. Onderweg werden er mooie beelden geschoten van de vergezichten over de Linge en de Appeldijk.

Eenmaal aangekomen bij De Hoenderik is de crew van Omroep Gelderland zelf fruit gaan plukken, terwijl ondernemer Marius van de Water uitgebreid vertelde over de fruitgaard en de mogelijkheden om zelf fruit te komen plukken.

Na het plukken werd de reis vervolgd naar de Landgoedwinkel van Landgoed Mariënwaerdt. Hier ontving de crew van Omroep Gelderland een goodiebag met Betuws Best streekproducten en de streekfietsroutekaart. Deze goodiebag wordt binnenkort overhandigd aan Jochem van Gelder.

De uitzending wordt op 26 juli uitgezonden.

Omroep Gelderland bij De HoenderikOmroep Gelderland bij de Landgoedwinkel van MariënwaerdtOmroep Gelderland op de fietsOmroep Gelderland in de landgoedwinkel

PortaManger is een nieuw verhuur concept* voor de horeca

*geen eigen investering nodig

  • “Buiten-Binnen” lunchen & dineren ter compensatie van couvert-verlies binnen
  • “Buiten-Binnen” lunchen & dineren bij mindere weersomstandigheden
  • “Buiten-Binnen” blijven lunchen & dineren bij plotselinge weeromslag

Unieke “Buiten-Binnen” beleving op de mooiste locaties om extra impuls te geven aan “uit-eten” gaan en daarmee bij te dragen aan omzetherstel. 

  • Sfeervol dineren in een eigen ruimte
  • Opgebouwd uit duurzaam en circulair hout
  • Rondom voorzien van veiligheidsglas
  • Uitgevoerd met dubbele deuren (afsluitbaar) ten behoeve van entree en ventilatie
  • Geschikt voor stand-alone opstelling maar ook koppelbaar zonder 1,5 meter tussenruimte (ruimtebesparend)
  • Verlichtingspunt gevoed door zonne-energie
  • Inclusief vloervlonder

Bekijk hier meer over dit unieke concept

 

PortamangerPortamangerPortamangerPortamanger

In de Gelderse regio Rivierenland is toerisme een belangrijke sector. Ook hier komen, dankzij de coronacrisis, bedrijven in de problemen. Om ervoor te zorgen dat de toeristisch basisinfrastructuur overeind blijft, wordt aan vermogende regionale investeerders gevraagd om (tijdelijk) een bedrijf te helpen met een financiële- en bedrijfsmatige ondersteuning.

Daarnaast liggen er plannen om de toeristische budgetten van overheden efficiënter in te zetten voor de periode van herstel.

Wat is het probleem?

Richard de Bruin, directeur van het Regionaal Bureau Toerisme (RBT) schetst de problematiek in de regio: “Veel recreatie- en horecabedrijven zijn verplicht gesloten of draaien met een zeer lage bezetting. Wij ontvangen nu al signalen dat bedrijven in Rivierenland om gaan vallen. En dat worden er alleen maar meer als de beperkende maatregelen langer gaan duren. De afgelopen jaren hebben we in Rivierenland de toeristisch recreatieve sector langzaam maar zeker zien groeien. Er is een mooie infrastructuur aan het ontstaan van dag- en verblijfsrecreatie, die elkaar ondersteunen. Het zou eeuwig zonde zijn als er, dankzij deze crisis, weer een groot deel van de bedrijven van het toneel gaat verdwijnen.”

Een crisisplan op drie sporen

De Bruin heeft een innovatief plan bedacht om de toeristische sector in de regio Rivierenland slim door de crisis heen te loodsen. Richting de huidige subsidiënten heeft hij een geruststellende boodschap: “Nee, we gaan niet om meer geld vragen. Gemeenten en andere overheden dragen al bij om de plannen te realiseren. We vragen wel om mee te denken om het geld wat anders te besteden. Dat is in deze bijzondere tijd toch niet onlogisch?”

Het behoud- en herstelplan voor toeristisch Rivierenland is georganiseerd rond drie sporen:

  • Spoor 1: Voorkomen dat bedrijven omvallen

De toeristische infrastructuur wordt bepaald door het netwerk van bedrijven, die vaak sterk onderling verweven zijn. Dit eerste spoor is ook het startpunt geweest voor de regionale aanpak. Accountants in de regio krijgen een belangrijke rol binnen dit breed opgezette plan. Zij herkennen vaak als eerste de bedrijven die dreigen om te vallen. Die kunnen worden voorgedragen voor een ondersteuningsroute. Daarvoor wordt o.a. private investeerders gevraagd om (eventueel tijdelijk) financieel deel te nemen in de onderneming. De Bruin: “In Rivierenland wonen relatief veel vermogende mensen waarvan ik signalen krijg dat zij graag bereid zijn om hun kapitaal en kennis voor dit project in te zetten.” Ook gemeenten of kredietverstekkers worden betrokken bij dit plan om bedrijven op de been te houden.

De sporen 2 en 3 spelen in op de initiatieven die in spoor 1 werden genomen. Hiermee worden bestaande plannen in de regio aangepast aan de nieuw ontstane situatie. Door initiatieven te koppelen ontstaat een breder draagvlak en kan efficiënter worden omgegaan met de financiële mogelijkheden. De sporen 2 en 3 worden geïnitieerd met de gemeenten in Rivierenland en bedrijfsleven.

  • Spoor 2: Ondersteuning van sterke bedrijven met goede ideeën

Tijdens de crisis komen veel ontwikkelprocessen stil te liggen. Daar zitten ook een aantal bedrijven bij die bezig zijn om met vernieuwende ideeën de toeristisch recreatieve markt in Rivierenland verder te ontwikkelen. Kansrijke projecten met een grote spin-off, of een duurzame doelstelling, verdienen het om juist in deze tijd extra ondersteuning te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door een versnelde ontheffing van het bestemmingsplan, gedogen, of verbinding met andere marktpartijen te faciliteren… etc..

  • Spoor 3: Vliegende start van de sector na de coronacrisis

Zodra de sector weer gaat draaien moeten zaken worden oppakt die bijdragen aan een spoedig herstel van de sector. Gemeenten, provincie en andere belanghebbenden hebben al middelen beschikbaar gesteld voor toeristische doelstellingen in het gebied. Gezien de nieuwe ontstane situatie, na de coronacrisis, is het logisch om deze doelstellingen te heroverwegen. Zo kunnen bestaande budgetten voor andere zaken worden ingezet om daarmee het meest optimale effect te bereiken. Hier ligt een gedegen kans voor de regio!

De verwachting is dat het binnenlandse toerisme na de Coronacrisis als eerste weer op gang komt, maar dat mensen nog schuw zullen zijn voor locaties met massa’s mensen. De Bruin ziet hierin juist een kans voor de regio: “Onze regio biedt rust en ruimte voor recreanten om in de anderhalve meter economie veilig op vakantie te gaan. Het is de kunst om ons hierop goed voor te bereiden en verbindingen te maken tussen ondernemingen die bijvoorbeeld verwijzen naar mooie en veilige binnensteden in de regio.” De gemeenten in Rivierenland zijn bij dit spoor 3 leidend.

Provincie Gelderland reageert enthousiast

Richard de Bruin heeft de plannen inmiddels voorgelegd bij de provincie Gelderland, die daar zeer positief tegenover staan.  Dit ook omdat de regio zelf het initiatief neemt en dat daarbij nadrukkelijk de samenwerking wordt opgezocht tussen de gemeentelijke overheden, RBT Rivierenland en het bedrijfsleven.

Provincie en RBT Rivierenland hebben samen de oplossing gevonden om het budget dat nodig is voor de verdere uitvoering en ontwikkeling van de plannen te vinden. De financiering wordt gevonden binnen zoveel mogelijk bestaande plannen, die nu grotendeels worden omgebogen naar de crisissituatie. Beide partijen hopen hiermee een bijdrage te kunnen doen om de toeristische- recreatieve sector te ondersteunen.

Bron: Pretwerk

De consument is steeds vaker op zoek naar levensmiddelen waarvan de herkomst bekend is. Toeristen zijn ook een doelgroep voor regionaal geproduceerde producten; want daarmee krijgen zij letterlijk de smaak te pakken van hun vakantiebestemming. Maar hoe herken je de producten uit de streek? En hoe haal je, als regio, het meeste rendement uit streekproducten.

Richard de Bruin, directeur van Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) Rivierenland, ziet goede kansen voor diverse ontwikkelingen rond streekproducten: “Rivierenland is een plattelandsgebied waar veel, en een grote variëteit, aan streekproducten wordt geproduceerd. In Frankrijk ben je dan een ‘rijk’ gebied, want dat levert veel authentieke smaken op. In Frankrijk wordt de lokale productie gepromoot door een professionele marketingorganisatie. De consumenten waarderen dat, en zien in lokaal geproduceerde producten een meerwaarde, waar ze ook meer voor willen betalen. In Nederland is het vaak lastig om erachter te komen welke producten echt uit de streek komen.”

Streekproducten – gelinkt met veel andere sectoren

Bij streekproducten kun je je een hele reeks aan activiteiten voorstellen; het kraampje met kersen langs de weg, de kaasboerderij, of de boerderijwinkel. De individuele activiteiten zijn vaak kleinschalig van opzet en gelden als neventak van een land- en/of tuinbouwbedrijf. Als je bekijkt hoeveel er in de hele regio wordt geproduceerd, dan is de omvang van deze sector aanzienlijk. Bovendien bedienen de streekproducenten ook weer andere kanalen. Zo kan de horeca zich profileren met gerechten uit de streek. Vaak kennen de restaurateurs de producenten persoonlijk en wordt het verhaal van de producent ook gedeeld in het restaurant. Ze bieden als het ware de smaak van de streek. Ook winkels nemen steeds vaker streekproducten op in hun assortiment. Ook hier is wederom het lokale verhaal een meerwaarde – en bovendien kennen lokaal geproduceerde producten (de zogenaamde ‘korte keten’) een minder voedselkilometers. Bovendien steunt elke consument met de aankoop van streekproducten de eigen lokale/regionale economie wat weer goed is voor de ontwikkeling in het hele gebied. Oftewel: #supportyourlocals.

Is centrale marketing vanwege de kleinschaligheid van streekproducten niet lastig te organiseren?

De Bruin: “De kleinschaligheid biedt inderdaad voor- en nadelen. De authenticiteit en de charme van het persoonlijke verhaal zorgen voor een meerwaarde: consumenten zijn vaak bereid daar wat extra’s voor te betalen. Veel kleinschalige ondernemers hebben helaas niet het budget, de know- how en de marketingpower om breed bekendheid te genereren. Daarom pleit ik ook voor het centraal aansturen en ondersteunen van de streekproducenten. Hun aantrekkelijkheid zorgt niet alleen voor meer omzet binnen hun eigen bedrijf, maar ook bij de horeca, de winkels en in de recreatiesector. Als je die zaken koppelt, dan kun je veel meer doen rond streekproducten. De bijdrage voor streekproducenten kan dan bescheiden blijven: dit wordt verder aangevuld met aanhakende bedrijven uit retail, horeca en recreatie. Ik wil ook een beroep doen op de regionale of provinciale overheid voor een financiële impuls om het vliegwiel rond streekproducten in gang te zetten.”

Welke structuur is nodig om streekproducten te vermarkten?

De Bruin wijst nogmaals naar Frankrijk; “Daar wordt centraal samengewerkt; en wordt de marketing van een streeklabel centraal georganiseerd. Die kant moeten we ook op in Nederland; en de Betuwe loopt daarin al voorop. In 2019 werd het label ‘Betuws Best’ gelanceerd, waarmee we de erkende streekproducenten herkenbaarder maken. Dat maakt ook richting de consument duidelijker dat en product ook werkelijk in de streek is gemaakt. Wij willen het initiatief niet laten ophouden bij het vermarkten van een label, maar kijken ook verder. De rol van samenwerking is daarin heel belangrijk. Hoe koppel je de charme van een streekproduct aan horeca en recreatie. Een van de positieve mee koppel ontwikkelingen hierin is de realisatie van een centrale attractie rond streekproducten waarin je kunt kopen, proeven zien en beleven. Dat wordt De Streeckerij in Wadenoijen.”

Doorbouwen op bestaande structuren

Het label ‘Betuws Best ‘ bouwt voort op werkzaamheden die de afgelopen jaren zijn verricht door het POP3 project ‘Lekker Lokaal Rivierenland’. Dit was een project, gesteund door de Europese Unie en provincie Gelderland, om streekproducenten in de korte keten te ondersteunen en stimuleren in hun ambities. Het project werd georganiseerd vanuit een samenwerking van vier Betuwse gemeenten en een agrarisch producent: Culemborg, Buren, Tiel, West Betuwe en Noordam Zuivelbedrijf uit Hellouw.

Jolijn Zwart-van Kessel was de initiatiefnemer van dit project en legt uit wat daar de afgelopen jaren is gerealiseerd: “Producenten van streekproducten kregen o.a. workshops aangeboden om hun korte keten kennis te verbeteren en kennis te nemen va de marketing van streekproducten. Ook werden er ontmoetingsmomenten georganiseerd tussen producenten van streekproducten en horeca en detailhandel in het gebied. Daar bleek dat de ontmoetingsmomenten tussen de streekproducenten onderling ook van grote meerwaarde waren. Veel ondernemers namen de producten van hun collega’s op in het assortiment van elkaars winkel. En is vanuit het project de opdracht voor de ontwikkeling van streekmerk Betuws Best tot stand gekomen.”

Ook voor het toerisme in de regio ziet Jolijn Zwart kansen: “Stichting Dutch cuisine is een initiatief dat het gebruik van seizoens- en lokale producten in horeca stimuleert. Zij ontwikkelen ook routes langs horeca en producenten van producten. Deze vorm van culinair toerisme is (ook internationaal) enorm in opkomst.” Toch waarschuwt Zwart-van Kessel dat je met het koppelen van streekproducten aan toerisme wel voorzichtig moet zijn: “Niet iedereen in de agrisector wil en kan optreden als gastheer. Niet iedereen zit te wachten op bezoekers die meekijken op het erf en in de keuken van het agrarisch bedrijf. Daarom moet je goed selecteren welke agrarisch producenten meedoen met locaties waar je hun eigen en streekproducten van andere agrarisch collega’s met minder gastheer interesse presenteert. Er zijn behalve het zijn van bezoeklocatie volop andere mogelijkheden: bijvoorbeeld met een documentaire op het bedrijf of een fotoshoot die je weer inzet op locaties waar het product verkocht wordt en/of online, zodat ook het verhaal van iemand met een prachtig streekproduct en verhaal maar die geen gastheer ambities heeft verteld wordt. Meer agrarische bezoeklocaties in de streek die zichtbaar worden via het toeristisch aanbod van het Regionaal Bureau Toerisme dat zou echt heel mooi zijn voor het gebied, aldus Zwart-van Kessel.”

De Streeckerij – locatie waar alles fysiek samen komt

Een van de initiatieven om Betuwse producten nog beter te profileren is de komst van een regionale attractie gethematiseerd rond de streekproducten: De Streeckerij. Een initiatief van de Bruin van RBT Rivierenland. Daar wordt op dit moment aan gewerkt in Wadenoijen (nabij Tiel). Initiatiefnemer is fruitkweker Aart Blom, die hoopt dit najaar te kunnen beginnen met de bouw. Blom heeft al heel wat voorbereidend werk verricht: “Toen we met dit initiatief startten moesten we agrarisch producenten in de regio ervan overtuigen dat we geen concurrent worden van lokale streekwinkels, maar juist versterkend werken. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de horeca. Op locaties waar veel horeca bij elkaar zit, wordt het automatisch drukker. We gaan in de Streeckerij vooral een belevingscentrum maken met o.a. een pluktuin die bijna jaarrond te bezoeken is, presentaties van productbereiding; en ook speelgelegenheid voor kinderen. Vanuit De Streeckerij verwijzen we door naar de producenten in de regio; en lokale producenten krijgen er met dit belevingspark ook een verkoop- en marketingpunt bij.”

Meer informatie:

Dit artikel is gepubliceerd in:

NRIT Media
Pretwerk

De Gelderlander kent de rubriek Over de Tong. In deze recensierubriek krijgen restaurants een beoordeling. De Gelderlander blikt terug en licht onder meer De Zoelensche Brug uit. Lees meer