We mogen best wat trotser op de regio zijn, vindt Thomas Steenkamp. Niet zo bescheiden. De voormalige burgemeester van West Maas en Waal is sinds kort de nieuwe voorzitter van het Regionaal Bureau voor Toerisme Rivierenland. Hij voelt zich de ‘ambassadeur voor Rivierenland’.

Hij had altijd al wat met toerisme, als burgemeester van een gemeente die met de Gouden Ham en de Tuinen van Appeltern relatief veel toeristen trekt, vertelt Steenkamp. Dus toen de directeur van RBT Rivierenland – waar de Betuwe, de Bommelerwaard en het Land van Maas en Waal onder vallen, hem vroeg na zijn vertrek als burgemeester de nieuwe voorzitter te worden, hoefde hij niet lang na te denken.

Steenkamp wil in zijn nieuwe rol het visitekaartje van de regio zijn. ,,Ik wil absoluut niet de directeur voor de voeten lopen”, benadrukt hij. ,,Ik hoor bij het bestuur. De dagelijkse leiding is in handen van de directeur en de medewerkers. Zie het als een soort ambassadeurschap. Ik ken veel mensen en praat makkelijk, dat is ook de reden dat ik gevraagd ben. Toen ik begon, kreeg ik ook gelijk een enorme doos met visitekaartjes. Zoveel heb ik er nog nooit gehad. In alle pakken en jassen ga ik dus een aantal van die kaartjes stoppen.”

Hij gaat zich bezighouden met het contact tussen het RBT en de tien gemeenten van de Regio Rivierenland, overlegt de provincie en het bedrijfsleven en bezoekt en spreekt bij evenementen zoals het Fruitcorso en de Nationale Kersenparty. ,,Het gaat erom onze regio naar binnen en naar buiten toe beter op de kaart te zetten.”

En wat de regio betreft is er genoeg om trots op te zijn, zegt hij. ,,Het mooie landschap met de dijken, hoe goed de mensen hun huizen onderhouden, de fruitboomgaarden, de leuke bed and breakfasts, de mooie wandelpaden. Ook economisch komen we goed uit de verf. De mensen hier stellen zich vaak zo bescheiden op, maar dat is nergens voor nodig.”

Steenkamp is van oorsprong Amsterdammer, hij zou nergens anders meer willen wonen, laat hij weten. ,,Ik vind het nog steeds leuk om in Amsterdam op bezoek te zijn, dat geef ik toe. Maar als ik dan weer over de Willem-Alexanderbrug rijd, denk ik altijd: nu ben ik weer thuis.”

Bron: De Gelderlander – 19 september 2017
© Margriet Verschoor